Portfolio - Sander van de Coevering

Tijdens deze intensive gingen we in op verschillende manieren van onderzoek doen. Vooral het uitproberen en testen, ''probing'', stond centraal. Onderzoek doen door ''gewoon'' te doen.
Ontwerponderzoek A
Deliverable
Voor deze intensive kregen we de opdracht om een interactieve (test)sessie van educatief ontwerp vorm te geven. Een opdracht met weinig voorbereiding, maar vooral in het moment leren onderzoeken en ontwerpen. Een snelkookpan. De volgende aspecten waren belangrijk tijdens deze opdracht:
-
Open en onderzoekende houding
-
Eigen signatuur zichtbaar in aanpak
-
Contextualiseren van ontwerp en onderzoek
-
Betrekken van doelgroep, participanten, stakeholders
-
Uitwerking vraagstuk met passende onderzoeksmethodes
-
Zichtbaar maken van een iteratief ontwerp- en onderzoeksproces
Procesbeschrijving
Naar aanleiding van de machtsverhoudingen en de opmerking van Suzan in week 1 dat 'hoe je het ook noemt een assessment brengt altijd een soort spanning met zich mee, terwijl we dat niet per se zo willen laten voelen'' en de reactie van een tweedejaars die erkende 'dat het wel echt een ding is, zo'n assessment'.
Zijn we gaan brainstormen tijdens de intensive en kwamen op: de spanning tijdens een assessment proberen te verlichten.
Hierna is ieder voor zich bronnen gaan verzamelen die hier mogelijk mee te maken zouden kunnen hebben. Tijdens de intensive hebben we deze in de onderzoeksruit geplaatst en zijn we gaan nadenken
wat we vanuit de meegebrachte bronnen voor eerste korte actie
konden ondernemen in ons onderzoek. We hebben een enquete
uitgezet onder studenten (zowel binnen MKE als erbuiten) en
docenten/assessoren waarin we gepeild hebben of onze aanname
dat een assessment voor grote spanning kan zorgen breed gedragen
wordt (ja).
Daarnaast hebben we ons in de enquete gefocust op de fysieke ruimte
waarin een assessment gehouden kan worden en welke invloed men
daar op zou willen uitoefenen als dat zou mogen. Tevens heeft Joost in
zijn eigen praktijk uitgeprobeerd wat het doen van een assessment
in een andere ruimte dan gewoon (een meer huiselijke sfeer) voor
effect heeft op de studenten. Dit was minder positief dan in eerste
instantie gedacht, omdat studenten de ruimte niet (goed) kenden
was het juist minder prettig voor ze.
De uitkomsten van het onderzoek hebben we meegenomen naar
de volgende bijeenkomst en we hebben volgens de probe-theorie een
kleine test in de les gedaan met onze klasgenoten omtrent 'fidgets'; kleine voorwerpen die je in je hand kan houden om mee te spelen/bewegen/vast te houden zodat je aandacht beter op het gesprek gericht kan zijn.De wederkerigheid kwam hierin terug: wat geef je een deelnemer aan je test/onderzoek terug voor zijn of haar input. Dit kan letterlijk bij ons de fidget zijn die ze kozen. Hieruit volgde nog een mogelijk andere onderzoeksroute die Kim ons gaf over zware spullen dragen (weighted blankets) zodat je meer gegrond bent. Sensomotorische integratie.
Na de probing opdracht zijn we terug aan tafel gegaan om te kijken hoe we dit mini onderzoek willen gaan afsluiten met een afrondende opdracht/testcase in de laatste intensive. Mooi zou zijn als we iets concreets kunnen halen uit ons onderzoek wat we ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren/aanpassen in de ruimtes op het Jaarbeursplein voor we ons eigen assessment gaan doen. Uiteindelijk hebben we besloten om in de laatste bijeenkomst van deze intensive onze medestudenten zelf een assessmentruimte te laten vormgeven. Twee ruimtes werden echt fysiek veranderd en één van de ruimtes mochten de studenten inrichten door post-its te plakken, deze ruimte werd vervolgens virtueel gebouwd.



Feedback & groepsreflectie
Feedback van Arja Veerman & Els Cornelis
Jullie vraagstuk ging over assessments en de invloed van de inrichting van ruimte, vooral zintuigelijk bekeken: hoe werkt kleur, geur, geluid etc. door op de beleving van de student. Met een enquête bevroegen jullie hiervoor eerst collega’s en studenten en in les 3 maakten jullie iets heel anders: een probe die ook informatie gaf en iets wederkerigs in zich had. Deze kleine (zintuiglijke) test verschafte jullie veel interessante informatie. In de laatste werkvorm zetten jullie de deelnemers vanuit een heldere instructie en doelstelling aan het werk; als een onderzoek, inclusief een observator die notities maakte en ook nog eens per groepje samenvatte. Heel slim: de data die uit deze test op tafel kwam, nemen jullie mee naar een virtueel (eind)ontwerp en een advies voor de opleiding, waar wij natuurlijk heel nieuwsgierig naar zijn!
Groepsreflectie
Frederieke:
Opgeschreven criterium: Ik ben op masterniveau een onderzoek aan het doen.
Dit criterium had ik opgeschreven vanuit een gevoel dat ik nu ‘zo maar iets’ aan het doen was. Het vak heet ontwerpen ONDERZOEK, maar voor mijn gevoel heb ik nog helemaal geen gedegen onderzoek gedaan. Zodra we er uit waren dat het thema de assessment ruimte ging worden, ben ik heel erg overgestapt op mijn gevoel.
Ja, ik heb wel een vragenlijst uitgezet, maar de respons was vrij laag, dus om echte conclusies te trekken was lastig, ook hier heb ik op basis van gevoel aannames gedaan. Ik zou voor ontwerpend onderzoek B zeker meer de diepte in willen gaan en op basis van literatuur, bronnen, eigen gedegen onderzoek iets stevigs willen neerzetten.
ā
Jolijn:
Opgeschreven criterium: ik kan keuzes maken in het onderzoeksproject om het onderzoek een duidelijke richting te geven.
We hebben snel een keuze gemaakt voor de eerste richting, daarna was het, voor mijn gevoel, nog steeds een breed onderzoeksterrein. Binnen de intensieve werden we redelijk snel gedwongen om wat uit te proberen en dit gaf ons onderzoek een richting, ik vermoed dat we anders te lang hadden besteed aan overleggen. Die dwang voor een keuze in de intensieve was prettig. Daarmee hebben we als groep wel aan dit criterium voldaan. Toch ben ik wel benieuwd of ik die snelle keuzes/het uitproberen in m’n eigen onderzoeken ook snel genoeg durf te doen.
ā
Laura:
Waar loop ik zelf tegenaan? Is het onderzoek inhoudelijk genoeg? Heb ik zicht op de diepere lagen? Is het oppervlakkig, te makkelijk of te voor de hand liggend? Uiteindelijk denk ik dat we tot een mooie start van iets wat een leuk onderzoek kan worden, zijn gekomen.
Mijn reflectie op het product en de vraag waar ik tegenaan liep was: “Kunnen we daadwerkelijk iets veranderen? “Mijn antwoord na deze les is dat we wel degelijk kleine veranderingen kunnen aanbrengen en ben ook erg benieuwd naar het ontwerp van Sander.
Ik zou voor ontwerpend onderzoek B toch meer de diepte in willen gaan en echt meer onderzoek willen doen dat meer inhoud heeft.
Sander:
Tijdens ontwerponderzoek A zijn we vooral bezig geweest met het uittesten van ideeën en prototypes. Probing. Het vlugge testen. Normaal gesproken ben ik gewend om eerst een duidelijke onderzoeksvraag te formuleren en dan aan de slag te gaan. Tijdens dit onderzoeksproces lag de nadruk op het uitproberen van ideeën en hierdoor dichterbij de kern te komen van het onderzoek. In het begin waren we erg aan het zoeken en vond ik het lastig om zonder onderzoeksvraag op onderzoek uit te gaan. We verzamelden verschillende bronnen en vanuit deze bronnen spitste we ons onderzoek toe. We kregen informatie over het ruitmodel en het idee dat een onderzoek vanuit elke hoek zou moeten kunnen beginnen. Halverwege deze intensive kregen we de opdracht om in 5 minuten iets te maken en uittesten. Iets wat bijdraagt aan het algehele onderzoek. We kwamen tot het maken van een voeldoos en hierdoor kregen we een beter beeld van eventuele andere factoren die meespelen en kunnen helpen tijdens een assessment. Gezamenlijk besloten we om toch verder onderzoek te doen naar de fysieke ruimte. In de laatste les mochten onze medestudenten zelf een assessmentruimte vormgeven. Twee ruimtes werden echt fysiek veranderd en één van de ruimtes mochten de studenten inrichten door post-its te plakken. Deze ruimte is vervolgens virtueel gebouwd (zie projectcampus). Het was erg interessant om te zien dat studenten en docenten beide gelijk al ideeën hadden om op de korte termijn de assessmentruimte te veranderen. Zo is het besproken in het docententeam en heeft ons onderzoek onze medestudenten tot nadenken aangezet. Het gehele onderzoeksproces voelde erg vluchtig. We hebben weinig tijd gehad om echt tot een gedegen onderzoek te komen en gegevens echt op papier te zetten. We hebben vooral vluchtig getest en hier vervolgens op verder geborduurd. In ontwerponderzoek B hoop ik meer de diepte in te gaan qua onderzoeksvaardigheden en de uitvoering hiervan.












